Een stukje geschiedenis
In de apartheidsjaren – tussen 1948 en 1994 – toen de oude Nationale Partij de macht in handen had, ging het meestal erg goed met Afrikaans en de witte Afrikaners. Afrikaans was bij de staatsdienst in de praktijk de overheersende taal, en samen met Engels was Afrikaans een van de twee officiële talen van het land. De staat beschermde Afrikaans in veel opzichten doeltreffend tegen Engels. Afrikaanse scholen en universiteiten waren iets vanzelfsprekend. Afrikaans werd – samen met Engels – in het parlement en in de rechtszaal gebruikt. In het dagelijkse leven werd Afrikaans bevorderd doordat ouders het vanzelfsprekend vonden om hun kinderen Afrikaans te leren.
Uiteraard waren er wel veel mensen van gemengde komaf – de bruine Afrikaanssprekenden – die Afrikaans, vanwege de voortdurende verwerping en discriminatie tegen hen door de regering en de witte Afrikaners, verwierpen en die aan Engels de voorkeur gaven. Het is belangrijk om hier dus te constateren dat “Afrikaans en “wit” gedurende deze jaren synoniem waren.
Op economisch gebied kon Afrikaans Engels echter nooit als handelstaal verdringen. Toch slaagden de Afrikaners erin om grote maatschappijen – de verzekeringsreus Sanlam, banken zoals Volkskas (later Absa) en de uitgeverij Nasionale Pers (later Naspers) – op te richten. Daardoor bevorderden ze het Afrikaans als handelstaal.
De sociaal-economische opgang van de Afrikaners wiste ook het geweldig armoedeprobleem van voor de Tweede Wereldoorlog uit. Deze langdurige armoede onder de blanken was een direct gevolg van de Anglo-Boerenoorlog (1899-1902). Tijdens deze oorlog paste het Engelse leger een verschroeide aarde tactiek toe en sloot duizenden mensen – meestal vrouwen en kinderen – in concentratiekampen op. Deze oorlog veroorzaakte bij witte Afrikaners een overlevingstrauma.
De officiële bescherming van Afrikaans had natuurlijk ook zijn nadelen. Het leerde de Afrikaners af om op hun eigen benen te staan en onafhankelijk te denken. Ze werden afhankelijk van de gunsten en gaven van de regering die ervoor zorgde dat ze baantjes bij de overheid kregen. Ze gingen ook hun eigen cultuur als iets vanzelfsprekends zien en waardeerden deze niet meer genoeg.
En heel belangrijk: het beleid van hun regering zorgde ervoor dat Zuid-Afrika internationaal geïsoleerd werd, vooral in Nederland was het gevoel tegen de apartheidsregering sterk en was de oproep tot een culturele boycot krachtig.
De situatie vandaag
Sinds 1994 is alles drastisch veranderd.
De nieuwe regering staat op zijn best lauw of onverschillig tegenover Afrikaans en op zijn minst vijandig. Als officiële taal is Afrikaans aan het verdwijnen; zij wordt nauwelijks meer gebezigd in het parlement, bij de staatsdienst of in de rechtszaal. Bij tradioneel Afrikaanstalige universiteiten zoals de Universiteit van Stellenbosch moet hard gevochten worden om Afrikaans als onderwijs- en wetenschapstaal te handhaven. Het aantal Afrikaanstalige scholen en leraren blijft dalen. In het bedrijfsleven is Engels de voertaal. En vooral: steeds meer Afrikaanstalige ouders menen dat het in het belang van de toekomst is van hun kinderen om hen naar Engelstalige scholen te sturen. En daardoor komt de taaloverdracht naar de volgende generatie in gevaar.
Op één terrein bloeit Afrikaans echter nog: muziek en kunst. Afrikaanse popsongs zijn populair onder de jeugd, Afrikaanstalige popgroepen springen als paddenstoelen uit de grond. Afrikaanse cultuurfeesten zoals Die Woordfees in Stellenbosch, Die Klein Karoo Nasionale Kunstefees en Afrikaanse rockconcerten worden druk door jong en oud en door mensen van alle kleuren bezocht.
Het is een feit dat blanke Afrikaanstaligen sedert 1994 een identiteitscrisis beleven. Jarenlang gingen ze uit van het paradigma dat ze slechts konden overleven als ze de politieke macht bezaten. Maar die politieke parapluie is nu verdwenen en nu moeten ze overleven in een betrekkelijke vijandige omgeving. En dat heeft niet alleen culturele, maar ook politieke gevolgen – Afrikaners worden eigenlijk nauwelijks nog in het parlement vertegenwoordigd. Economisch worden de gevolgen ook zichtbaar: de armoede onder de blanken neemt vooral in en rondom Johannesburg schrikbarend toe. (zie het hoofdstuk “Wist u dat….?” voor meer bijzonderheden)
Misschien nog het belangrijkste is dat de onthullingen van het Waarheids- en Verzoeningscomité veel Afrikaners heeft geleid tot óf gevoelens van wanhoop over hun eigen verleden óf tot gevoelens van verraad tegenover de vorige regering. Dit had de emigratie van tienduizenden Afrikaners tot gevolg naar het buitenland en een “emigratie naar binnen” van duizenden meer. Veel Afrikaners beginnen aan de zin van hun eigen bestaan en overleving te twijfelen.
Eigenlijk zijn de bruine Afrikaanstalige mensen in veel opzichten nog meer het kind van de rekening. Niet wit genoeg in de apartheidsjaren en niet zwart genoeg in de nieuwe situatie. Een geschiedenis van niet aflatende discriminatie. Het is dus niet verwonderlijk dat de aanvankelijke toenadering van witte en bruine Afrikaantaligen direct na 1994 maar van korte duur was. Bruine mensen met een hogere opleiding verengelsen steeds meer (volgens een recent onderzoek 7,1% tussen 1971en 1996) en dit proces is bezig om steeds sneller te gaan. Ook bruine intellectuelen die Afrikaans sympathiek gezind zijn, voelen niet veel voor een strijd voor Afrikaans. Waarom zouden ze – zo menen ze – een achterhoedegevecht leveren voor het oude Afrikanernationalisme dat altijd een middel was om de bruine bevolkingsgroep te onderdrukken?
In de praktijk zijn echter niet alleen witte Afrikaners het slachtoffer van “positieve discriminatie” (affirmative action) ten gunste van de zwarte meerderheid, maar juist ook de bruine Afrikaantaligen. Ze worden eigenlijk dubbel getroffen. De manier waarop dit beleid toegepast wordt, veroorzaakt bij beide groepen een groeiende werkeloosheid, armoede en vervreemding, maar bij de bruine groep kwam de verbetering van hun economische positie veel later als de blanken – pas aan het eind van de vorige eeuw – en deze vooruitgang wordt nu alweer teniet gedaan. Daarbij komt nog dat het onderwijs aan traditioneel bruine scholen altijd al van een lager gehalte was als dat van de blanken. In de praktijk heeft een bruine, Afrikaanstalige jongen of meisje die van de middelbare school komt en sukkelt met een kennis – en taalachterstand en universiteiten die verengelsen en de voorkeur geven aan zwarte studenten, dus nog minder kans op een voortgezette opleiding als zijn blanke evenknie. (zie het hoofdstuk “Wist u dat….?” voor meer cijfers)
Die conclusie is dus dat Afrikaanstaligen van elke achtergrond of kleur leiderloos, redeloos en radeloos is en dat er gezocht moet worden naar een strategie om in dit moeilijk politieke klimaat op een zinvolle manier te overleven.
Globalisering biedt kansen
Een aspect van de nieuwe omgeving waarin Afrikaans vandaag moet opereren die nog niet behandeld is, is globalisering. Bij globalisering denken veel mensen meteen aan de economie, maar cultuur – hier gebruikt in de breedste zin van het woord – is net zoveel deel daarvan. Het “zachte imperialisme” van Amerika is bezig om de wereld te veroveren en voor kleinere talen en culturen (en soms zelfs voor grotere) betekent dit
dat het gevaar van uitsterving groter wordt.
Maar dit onstuitbare proces biedt ook mogelijkheden en Afrikaanstaligen moeten en kunnen daarvan gebruik maken.
Dwars over de wereld, maar vooral in Europa, heeft het denken over democratie en minderheden sedert 1990 een fundamentele verandering ondergaan. De eerste twee fases – de rechten van het individu tegenover de staat ( vrijheid van spraak, godsdienst, recht op een behoorlijk proces, enz.) en sociaal-economische rechten (zoals recht op werk en huisvesting) zijn aangevuld met een derde fase, namelijk minderheids- en taalrechten. Al in 1992 aanvaardde de Algemene Vergadering van de VN een resolutie getiteld “Verklaring van de Rechten van Mensen die aan een Nationale of Etnische of Religieuse Minderheid behoren”. In 1992 aanvaardden de lidlanden van Europa het “Europese Handvest van Streek- en Minderheidstalen”. Dit Handvest is in 1998 in dit gebied van kracht geworden. In 1995 hebben de lidlanden van de Raad van Europa ook nog de “Raamwerk-Conventie voor de Bescherming van Nationale Minderheden” aanvaard.
De laatste jaren bestaat er ook in de praktijk veel meer begrip en steun in Europa voor minderheids- en taalrechten. Dit wordt ondermeer zichtbaar gemaakt door het verlenen van grotere autonomie op cultureel en economisch gebied aan allerlei minderheidsgroepen binnen die bestaande Europese staten. In Nederland worden bijvoorbeeld het Fries en Limburgs als onafhankelijke talen erkend en België kent al decaden lang een tamelijk ingewikkelde federale struktuur.
Deze recente Europese ontwikkelingen vergroten de kans dat de positie van Afrikaans ook meer aandacht krijgt. Uiteraard moeten Afrikaanstalige mensen in de eerste plaats in Zuid-Afrika zelf de aandacht op hun positie vestigen. Maar daarbij moeten de voordelen van internationale steun niet onderschat worden.
Het motto van Afrinetwerk is mensenrechten, economische opheffing en inclusiviteit. Afrikanetwerk is een inclusief, niet-raciaal initiatief dat alle sprekers van de Afrikaanse taal wil bevoordelen. Daarmee dient Afrinetwerk de hele Zuidafrikaanse samenleving.
Hoe gaat Afrinetwerk te werk?
1. Afrinetwerk spreekt op uitnodiging instellings en groepen toe om hen in te lichten over de positie en de problemen van Afrikaans en Afrikaanstaligen in het nieuwe Zuid-Afrika.
2. Afrinetwerk probeert door middel van geregeld contact met politici, zakenmensen, kunstenaars, journalisten en iedereen die iets betekent in Nederland en Vlaanderen sympathie en steun te krijgen voor de positie van Afrikaans en Afrikaanstaligen in Zuid-Afrika.
3. Afrinetwerk wil financiële steun krijgen voor ontwikkelingsprojekten zoals geletterheidsprogramma’s voor Afrikaanstaligen, maar ook voor onderwijs in de breedste zin van het woord. Dit kunnen projecten zijn die vanuit Nederland of Vlaanderen gefinancierd worden, maar het is ook mogelijk om Afrikaanstaligen naar Nederland en Vlaanderen te sturen voor verdere opleiding.
4. Afrinetwerk bevordert culturele contacten tussen Nederland en Vlaanderen enerzijds en Zuid-Afrika anderzijds door wederzijdse bezoeken van kunstenaars, academici en vertegenwoordigers van organisaties.
5. Afrinetwerk onderhoudt contacten met Afrikaanstaligen in het buitenland om hen ervan te overtuigen dat zij óf – tijdelijk of permanent – naar Zuid-Afrika moeten terugkeren om hun ervaring en energie daar aan te wenden voor ontwikkelingsprojecten voor Afrikaanstaligen óf in het buitenland de sociaal-economische belangen van Afrikaanstaligen te bevorderen.